Plastic Politiek

Wanneer wordt een begrip politiek, en wanneer verliest het zijn politieke lading? In mijn onderzoek naar (de)politisering in de Tweede Kamer na 1945 beantwoord ik deze vraag door te kijken naar abstractie. Historici en filosofen zeggen namelijk vaak dat abstractie samenhangt met politisering en, vice versa, dat een veronderstelde concreetheid ('globalisering') samenhangt met depolitisering. Als een idee wordt voorgesteld als een concreet object valt er namelijk weinig meer te debatteren. Andersom werkt dat dus ook zo. Een woord dat steeds abstracter wordt gebruikt, raakt los van concrete gevallen en wordt onderdeel van ideologische kaders waarover gestreden wordt: ideologische abstractie, een vorm van politisering. Een woord dat juist als steeds concreter wordt gepresenteerd, klinkt als een vaststaande werkelijkheid waarover weinig te kiezen valt, zoals ‘richtlijn’, ‘lijn’ of ‘systeem’: plastificatie, een vorm van depolitisering of 'plastificering'. Hieronder gevisualiseerde voorbeelden van deze benadering.

Elke kleine grafiek zet de abstractheid van een woord (omhoog) af tegen de frequentie (gespiegeld, omlaag). De donkere vlakken markeren de periode waarin een toe- of afname is gedetecteerd die samenvalt met een toename in frequentie. Beweeg over een woord voor de details. Zie voor de volledige analyse: Ruben Ros, ‘Plastic Politics: Revisiting Politicisation and Depoliticisation in Post-War Dutch History’, BMGN – Low Countries Historical Review 140 (2025) 1, 4–37.

Patroon

abstractheid frequentie (gespiegeld) gedetecteerde periode

Bron: Handelingen van de Tweede Kamer, 1946–1989 (halfjaarlijks). Beide reeksen zijn per woord geschaald van 0 tot 1 en gladgestreken (LOESS), dus de hoogte zegt niets over absolute niveaus; die staan in de tooltip. Selectie van 30 woorden per patroon, gesorteerd op het begin van de verschuiving.